De wijk in verhalen

Verhalen uit de wijk, herinneringen en dromen over de Theresiakerk en haar omgeving. Verhalen die de mensen en gebouwen van Rustenburg-Oostbroek verbinden – dat vindt u op deze pagina.

Iedereen die dromen en/of herinneringen wil delen over onze wijk – is uitgenodigd deze in te sturen aan theresiakerkdenhaag@gmail.com (de redactie behoudt zich wel het recht voor uw bijdrage niet te plaatsen of deze in overleg met u aan te passen).

Alleen

In het parkje dat dienst doet als hondenuitlaatplaats, achter de Dierenselaan, zijn drie boomstammen zo tegen elkaar aan gelegd, dat de suggestie wordt gewekt van een grote familiebank en dus van gezelligheid en samenzijn. De hondenbezitters kunnen zo een praatje met elkaar maken, moet de gedachte achter het ontwerp zijn geweest.

In werkelijkheid is de boomstammenbank de aanlegsteiger voor net gearriveerde migranten. Vanaf mijn balkon zie ik ze vaak zitten: alleen, hun rugzak voor zich in het gras, een blikje limonade naast zich, sigaretjes rokend, wachtend. Na een paar uur worden ze opgehaald door landgenoten die hier al een tijd zijn. Dan vinden ze hun weg naar het huisjesmelkershuis waar ze voor veel geld een matras huren, de Roemenen, Polen en Bulgaren, die in het Westland aan de slag gaan.

Van de week zat er ook weer iemand. Hij zat op de middelste boomstam en keek naar het pad en de houten bank even verderop, waar de hondenbaasjes wél zitten. Door het warme weer was het drukker dan anders. Er waren voetballende jongens rond een van de grote Elsten en er was een hoogblonde peuter met krulletjes, gezeten in een elektrisch autootje, zijn mollige armen stevig om het stuur, die als een volleerde coureur zijn namaak bolide over het bochtige pad stuurde.

De man op de stam kwam niet uit Roemenië. Ook niet uit Polen of Bulgarije. Zijn huid had de kleur van de droge aarde die tussen het gras oppopte. De man kwam waarschijnlijk uit Eritrea. Dat leidde ik af uit zijn uiterlijk, maar ook uit cijfers van het CPB: al een paar jaar staan Syriërs en Eritreeërs op de nummers 1 en 2 in de top 5 van nationaliteiten die asiel aanvragen.  

De man op de stam was in de war. Ik meende hem te zien gebaren naar kinderen, die ik zelf niet kon zien doordat de bladeren van een Elst het zicht belemmerden. Na een tijdje snapte ik dat zijn gebaren niet voor iemand anders bedoeld waren, maar dat hij druk in gesprek was met zichzelf. De vader van de kleine coureur en de voetballende jongens keken af en toe besmuikt naar hem, en bleven uit zijn buurt. 

Kijkend naar de peuter met zijn peperdure speelgoed en de eenzame man die druk gebaarde tegen zichzelf, begon er een steen in mijn maag te groeien, omdat wat ik zag haarscherp de ongelijkheid verbeeldde die zo kenmerkend is voor onze wereld. Ik dacht aan de ontberingen die de man had doorstaan om naar Europa af te reizen, om onder het juk van het regime vandaan te komen. Ik las over de reis door de Sahara, waar medereizigers stierven van honger en dorst. Over de intimiderende en nietsontziende mensensmokkelaars. De verkrachtingen van vrouwen. En over het sluitstuk: met een overvol bootje de Middellandse Zee over.

Nu moet hij zich staande houden in een land dat in niets lijkt op het zijne. In zijn land is speelgoed net zo zeldzaam als vaders die ’s avonds weer thuis komen.  De meeste vrouwen moeten het alleen zien te rooien met hun kinderen, want de meeste vaders zijn dood (door oorlogsgeweld), op de vlucht, of in militaire dienst – een plicht die daar geen einddatum kent. En waar in Eritrea machten lijken samen te spannen om mensen klein te houden – staat, kerk en sociale controle – lijken wij onszelf steeds groter te willen of moeten maken, mede op aansporing van overheidsmantra’s als ‘zelfredzaamheid’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’. Zo schrijft de gemeente Den Haag In een document over inburgeren dat er per statushouder moet worden bekeken wat iemand nodig heeft aan hulp en zorg. Maar daarbij gaan ze wel uit “van eigen kracht en verantwoordelijkheid, net zoals bij andere Haagse burgers”.

Maar de man op de stam is niet zoals andere Haagse burgers. Nog lang niet. Hij verdwaalt in onze bureaucratie, in onze taal, in onze gebruiken. Hij heeft trauma’s opgelopen vóór zijn vlucht en tijdens zijn vlucht.

De man op de stam is alleen, omdat hij het niet alleen kan.

Er kwam zelfs geen landgenoot opdagen.

Onderduikers achter het orgel…

Ook in de oorlog speelde de Theresiakerk een belangrijke rol in de levens van wijkgenoten. Zij herbergde zelfs, zo schreef een lezer ons, onderduikers. Dit bijzondere, ontroerende verhaal ontvingen we vandaag:

“Ikzelf ben er nooit geweest, want ik ben geboren in Amsterdam toen mijn ouders en broertjes en zusjes na de oorlog uit Den Haag wegtrokken waren. Zij zijn in Den Haag altijd naar de kerk gegaan, en al mijn broers en zussen zijn er gedoopt. De oudste in 1935 en de jongste in 1945.

Ik heb begrepen dat de kerk tijdens de oorlog een toevluchtsoord was, ook voor onderduikers. Ook mijn vader. Hij had een drankenwinkel in de buurt, J.P. van Vliet, en het gezin woonde er ook in de buurt. Natuurlijk werd mijn vader gezocht door de Duitsers, misschien hadden ze wat clementie doordat hij een groot gezin met kleine kinderen had. Desondanks moest hij toch onderduiken en dat gebeurde dan achter het orgel in de kerk. 

Foto Haags Gemeente Archief

In een artikel dat ik kreeg via Joop Vrouwenvelder (buurtcentrum Rustenburg-Oostbroek) met de titel “Het regende 50 jaar rozen op Rustenburg” (van 1981), een mooie geschiedschrijving van de kerk uit geschreven door Ton Oliemuller, las ik dat er mensen zich verborgen konden houden achter een deurtje in de sacristie. De koster (S. de Koning) had daarbij goed geholpen.”

Dat de schrijver opent met de zin “de kerk gaat me na aan het hart” is nu begrijpelijk. Had zijn vader immers niet kunnen onderduiken achter het orgel, dan is het maar de vraag of hij geboren was…

Van witkalk en pilaren…

Af en toe krijgen wij verhalen binnen van (oud-)wijkbewoners over wat de Theresiakerk in hun leven heeft betekend. Persoonlijke en indrukwekkende verhalen. Deze getuigen niet van nostalgie naar wat niet meer is, maar vooral van wat het betekent als een wijk een plaats van verbinding en ontmoeting heeft. Onderstaande bijdrage verhaalt van een verdwenen muurschildering en het bijzondere gegeven van een kerkruimte die niet door pilaren is verdeeld…

“Toen ik drie jaar oud was ben ik verhuisd van de Hemsterhuisstraat naar de Lunterenstraat. Dat was in 1962. Ik heb op de kleuterschool in de Kootwijkstraat gezeten met nonnen als lerares. Ze waren heel aardig. Het was een gelukkige tijd. Daarna heb ik tot de derde klas op de Paulusschool gezeten in de Weesperstraat. Die is afgebroken. De rest van de tijd zat ik op de Rosaschool in de Nijkerklaan. Al die jaren gingen we op woensdagmorgen vroeg met de klas eerst naar de kerk en daarna naar school door. Dat maakte van de kerk een belangrijk onderdeel van mijn leven. Ik heb er mijn eerste communie gedaan, vormsel en natuurlijk alle grote feesten gevierd.

Toen ik wat ouder werd zat ik met een vriendje iedere zaterdagavond tijdens de mis in het orgel. Daar stond een tafel met een pick-up en een versterker. Wij draaiden muziek bij het binnenkomen, de communie en bij het vertrek. 

Ik weet nog dat er achter het linker altaar een wandschildering of mozaïek zat met duivels en engelen. Dat vond ik heel eng. Later is dat overgeschilderd. Ik denk dat het origineel er nog onder zit. 

dav
Zit hier achter een schildering met engelen en duivelen? Foto Loes van Beek

Het mooie vond ik dat de kerk geen pilaren had zoals veel andere kerken, maar een grote ruimte was met vrij zicht. De hele wijk is rond de kerk gebouwd en bijna iedereen in de straat ging erheen. Het is echt het centrale gebouw van de wijk dat je ook al van ver mooi ziet liggen. 

Helaas moest ik later vanwege verkeersdrukte en reistijd verhuizen naar een andere stad. Maar ik voel mij nog steeds meer Hagenees. En wanneer ik weer over de Apeldoornselaan naar de Dierenselaan loop langs de kerk komt er een soort rust over mij. De route staat in mijn geheugen gebrand. 

Ik heb een hele fijne gelukkige katholieke jeugd gehad met de Theresiakerk als baken en thuishaven. Het is een fijn gebouw en het hoort bij de wijk. Alles wat er in de plaats zou komen zal lelijker zijn en minder passen bij de stijl van de staten eromheen. En ik denk dat het gebouw veel mogelijkheden heeft. Juist omdat het zo een grote vrije ruimte heeft zonder pilaren.”

Warme croissants

28 maart 2019, de dag nadat een groep betrokken bewoners de steun kreeg van de commissie ruimte om haar plannen voor het kerkgebouw te ontwikkelen. Vroeg in de ochtend stonden leden van de groep, samen met een van de commissieleden, Peter Bos van de HSP, al op de stoep voor de kerk om Radio West te woord te staan.

Een paar minuten op de radio, maar de gesprekken, en het rondje rond de kerk namen een paar uur in beslag. Het Pleysier College aan de Kootwijkstraat stond toe om haar speelplaats te bezoeken, vanwaar een mooi gezicht op het groen achter de kerk. Ook de bijzondere, meer dan 90 jaar oude hoogstampeer, een indrukwekkende oude dame, is vandaar zichtbaar. Hieronder een paar indrukken van het groen wat – dankzij de nieuwe kans voor de kerk – voor de wijk bewaard kan blijven.

Aan het eind van het rondje rond de kerk gekomen, sprak een oudere man het groepje aan. Zijn hele leven in Den Haag gewoond, met elf jaar van school gegaan, zoals dat vroeger ging, meer dan 30 jaar op de taxi gezeten, zet hij zich als vrijwilliger voor anderen in. Hij was blij met de gebeurtenissen. Een nieuwe kans voor de wijk. Die prachtige wijk die zo vaak door de gemeente ‘vergeten’ is.

Terwijl met de verslaggever van radio West werd afgerond verdween de man, om enkele minuten later ineens weer terug te keren – met een zak verse, warme croissants, zojuist gekocht. Voor iedereen die al een paar uur op de been was. Dat is nu onze stad, onze wijk! De wijk die hart heeft voor elkaar. Een hart dat zichtbare en tastbare vorm heeft in de prachtige Theresiakerk!

Een bidprentje

De kerk maakt veel verhalen los. Zo kwam iemand langs met een heel oud bidprentje – van 28 juli 1931. Ter herdenking van het overlijden van haar overgrootmoeder – Catharina Bovens, geboren in Dordrecht in 1871. Twee jaar later, in 1933, werd de vader van onze bezoekster, de kleinzoon van Catharina, geboren.

Toen Catharina overleed, ‘met een volkomen vertrouwen op God’, na een geduldig gedragen lijden – in de manier van spreken van toen, was de Theresiakerk nog maar twee weken tevoren ingewijd – namelijk op 15 juli 1931. Daarmee werd de uitvaart van Catharina de allereerste die plaatsvond vanuit de kerk aan de Apeldoornselaan.

De kerk heeft zelf geen bijgelegen begraafplaats, de gestorven parochianen zijn daarom elders begraven. Maar de Theresiakerk blijft de plek waar de herinnering aan hun levens mee verbonden is. Het monument dat deze mondeling overgeleverde geschiedenissen oproept.